"Wil jij mijn Hyves-vriend zijn?" Niemand kijkt meer verbaasd op bij het horen van deze vraag. En we hyven niet alleen, nee we linkedinnen, youtuben, partyflocken... De afgelopen jaren zijn er talloze online communities opgericht en het bestaan van deze netwerken is niet meer weg te denken uit het digitale straatbeeld. Uit onderzoek van Ruigrok|NetPanel blijkt dat maar liefst 59 procent van de Nederlanders lid is van één of meer communities. In 2007 was dat nog 41 procent. Waarom is online netwerken zo populair? Wat voor soorten netwerken zijn er te vinden? En hoe kunnen ondernemers inspelen op de virtuele groepsdrang?
Gluren en begluurd worden
Stond web 1.0 vooral in het teken van geboden informatie, bij web 2.0 draait het om informatie delen en in contact staan met elkaar. Het gevolg hiervan is dat ons offline leven en onze online bezigheden steeds meer verstrengeld raken. Zo sturen we een krabbel op Hyves om een etentje te plannen, uploaden we een video op YouTube van de vakantie in Italië en maken we een zakelijke afspraak naar aanleiding van een ontmoeting op LinkedIn. Met de komst van communities staat allerlei persoonlijke informatie online en is het mogelijk om middels een paar muisklikken een kijkje te nemen in iemands privéleven. De stoutste droom van elke voyeur.
Maar waarom maken we massaal profielen aan – al dan niet 'gepimpt' – op diverse sociale netwerken? Er zijn verschillende redenen te noemen, waarvan het profileren van jezelf, communiceren met vrienden en onbekenden en interessante content of mensen ontdekken de belangrijkste zijn. Zo wordt Schoolbank.nl voornamelijk gebruikt om oud-klasgenoten terug te vinden (communiceren) en verenigt men zich op Digg om favoriet materiaal op het web te delen (interessante content ontdekken).
Voor elk wat wils
Over elk mogelijk onderwerp is wel een online platform te vinden. Wat dacht je van MatchADream.com waar mensen hun dromen vergelijken of CHAOS - Citizens Hanging Around Obama Sign - waar men waakt over een Obama-bord. Een initiatief van een zestienjarige jongen nadat het supportbord meerdere malen uit zijn tuin werd gestolen. Toch zijn alle communities volgens het Markus Model terug te brengen tot drie categorieën: sociaal, professioneel en commercieel.
Sociaal
My Space, Hyves en Facebook zijn voorbeelden van sociale communities. Het delen van profielen, foto's en video's speelt hier een grote rol. Maar ook themacommunities, waar een bepaald onderwerp centraal staat, behoren tot de categorie 'sociaal'. Denk hierbij aan Marketingfacts waar gediscussieerd wordt over interactieve marketing en Studenten.net waar het studentenleven wordt uitgelicht.
Professioneel
Interne, expert- en onderwijscommunities vallen onder de noemer professioneel. Interne communities zijn bedoeld om de interne communicatie binnen een organisatie te verbeteren en bedrijfsinformatie te ontsluiten. LinkedIn behoort met een miljoen Nederlandse leden tot de grootste expertcommunity in Nederland en geeft mensen de kans zich zakelijk te verenigen. Een voorbeeld van een onderwijscommunity is Blackboard van hogeschool INHolland waar een online lesomgeving gecreëerd wordt.
Commercieel
Commerciële netwerken bestaan uit business- en consumentencommunities en worden in het leven geroepen door bedrijven. Beide communities hebben als doel om hun doelgroep – hetzij bedrijven, hetzij consumenten - bij de organisatie te betrekken wat uiteindelijk zal leiden tot hogere verkoopcijfers.
In de roos
Dat het aanbod van online communities legio is, staat vast. Consumenten gaan massaal met de billen bloot en alle informatie ligt op een online presenteerblaadje. Nog nooit eerder was het zo gemakkelijk om gericht te adverteren. Zo biedt LinkedIn de mogelijkheid om een advertentie te targetten op basis van diverse werkgerelateerde variabelen als branche en functie, maar ook het aantal connecties. En kun je op Hyves adverteren op basis van demografische gegevens. Ook het gebruik van 'SocialAds' behoort tot de mogelijkheden. Zo kan de eigenaar van een profielpagina op Facebook bepalen van welke merken hij de 'brand advocate' wil zijn. Zegt hij affiniteit te hebben met Dell, dan kunnen de marketeers van Dell deze bannerruimte kopen voor hun reclameboodschap.
Naast profile targetting op communities met een brede doelgroep kan er op themacommunities eenvoudig gericht geadverteerd worden. Zo zal een advertentie van een kinderdagverblijf prima tot zijn recht komen op het platform Tips voor werkende ouders en is de kans dat op Flickr een advertentie voor de nieuwste Nikon-camera een schot in de roos is groot.
Virtueel sparren
Maar niet alleen de toegang tot gegevens biedt kansen. Online communities maken het ook mogelijk om virtueel te sparren met potentiële klanten. Niet geheel onbelangrijk in een tijd waarin de markt verzadigd is en de consument steeds kritischer ten opzichte van producten en diensten. Digitale binding en nuttige feedback kunnen dan zeker geen kwaad. "De klant moeten gezien worden als een serieuze gesprekspartner, hij brengt immers geld in het laatje. Door de dialoog aan te gaan kom je erachter wat de klant vindt en kun je hier slim op inspelen", vindt Tamara van Witzenburg van marketingcommunicatiebureau Calanza.
Om een relatie op te bouwen met de consument is het aanhaken bij een bestaande community een goed initiatief. Zo opende de Postbank in de zomer van 2007 de Bizznizz Lounge in het Habbo Hotel, een virtuele wereld voor tieners. Met dit programma wil de Postbank (nu ING) jongeren leren verantwoord en slim met hun geld om te gaan door een bedrijf op te zetten en de kosten en inkomsten daarvan in de gaten te houden met hun Easy Blue-rekening.
Maar ook het starten van een eigen community behoort tot de mogelijkheden om in contact te komen met de consument en deze te betrekken bij verschillende fasen in het productieproces, ook wel crowdsourcing genoemd. Zo startte KLM Bluelab op, een innovatieplatform waar KLM Nederland de dialoog aangaat met de zakelijke reiziger. "Al meer dan 1500 ideeën, suggesties en ervaringen en 4500 reacties werden op de website gepost. Tientallen van deze ideeën zijn inmiddels door KLM uitgevoerd", aldus KLM op haar website. Nokia bracht op haar beurt Beta Labs tot het leven, onder het mom van 'shaping the future together'.
Crowdsourcing kan gebeuren in vier verschillende productiefases. In de conceptfase kunnen communityleden nieuwe ideeën aanleveren en feedback geven op bestaande ideeën. In de ontwikkelfase wordt het concept uitgewerkt en worden specificaties bepaald. Hier kan er meegedacht worden over de uitwerking en kunnen er zelf applicaties ontwikkeld worden. Prototypes testen en feedback geven gebeurt in de testfase. En in vierde fase – de launch –hebben communityleden de mogelijkheid om feedback te geven over het uiteindelijke product. Deze fase kan gezien worden als een eigentijdse versie van de traditionele klantenservice.
Tot slot
Het moge duidelijk zijn: communities are here to stay. En zoals dat bij elke trend het geval is, biedt dit gegeven interessante perspectieven voor bedrijven. Maar let wel, de communityhype zorgt er niet alleen voor dat consumenten hun privéleven op tafel leggen, ook bedrijven moeten bedrijfsinformatie vrijgeven om de dialoog aan te gaan. En dat betekent, jawel, dat ook de ondernemer met de billen bloot moet.